1. een gemeentelid zei: 'wat heerlijk om elkaar 's morgens te begroeten en te spreken.
En wat fijn dat het orgel dan wat speelt.' Een ander gemeentelid reageerde: 'wat een gekakel in de kerk voor de dienst. Waar is de wijding?' Ontmoeting en wijding zijn beide waardevol voor een kerkdienst. Maar ze verdragen elkaar slecht op hetzelfde moment. Daarom is ervoor gekozen om alle ruimte aan ontmoeting en gesprek te geven vóór de dienst. Maar als we overgaan tot de kerkdienst, dan verstillen we en richten we ons op God. De ouderling van dienst markeert de overgang met zijn/haar begroeting.
2. In de afwezigheid van de ouderling van dienst moeten we elkaar de stilte gunnen in
de kerk. Die stilte is gelijktijdig met het bidden van het consistoriegebed (voorbereidingsgebed voor de ambtsdragers) in de consistorieruimte.
3. Vanwege het geroezemoes voor de dienst wordt de gespeelde muziek achtergrondmuziek. We doen de muziek tekort wanneer zij alleen maar achtergrondmuziek mag zijn. Vanuit musici en gemeenteleden kwam het verzoek om muziek de eigen taal te laten spreken. Dit kan op veel manieren. Er is voor gekozen om een zeer kort maar kracht muzikaal moment te hebben dat letterlijk en figuurlijk de toon van de zondag zet.
4. Dat we als gemeenteleden leven van het licht ons gegeven, wordt uitgedrukt in het licht dat binnengedragen wordt. N.B. een kind gaat ons daarbij voor! Dat dat licht niet zomaar licht is, maar tot ons komt als licht van Christus, wordt gesymboliseerd in het aansteken van de paaskaars. Hiermee zijn we in de kern van de Zaak. Meer symboliek met licht en kaarsen lijkt niet nodig en zou zelfs kunnen afleiden van de hoofdzaak. Vandaar geen tafelkaarsen meer. En het lantaarntje voor de kinderen hoeft natuurlijk pas aan als ze echt het licht van Christus meekrijgen voor hun eigen ontmoeting - licht om te volgen: ze mogen erachteraan lopen.